Selecteer een pagina

Het was toen de sneeuwklokjes bloeiden, nu zo’n vier jaar geleden. Ondanks dat het een grijze zondagmiddag was, trokken we erop uit. Nu eens niet naar het Haagse Bos, Clingendael of Meijendel, maar een voor ons nog onbekend park; de Scheveningse Bosjes. Tussen de kale bomen, op de zwarte grond, staken talloze sneeuwklokjes hun kopjes boven de grond. En jij en ik, wij stapten er tussendoor op grijze paden. Jouw zware pas op keurige schoenen van leer, ik met mijn dr. Martens onder mijn zondagse kleren huppelend ernaast. Jij en ik ~ vanzelfsprekend wij.
🍃
Het was daar dat je me aankeek met een bezorgde blik en aarzelend sprak: ‘Ik heb weer last van dubbelzien.’ Hoe we toen naar elkaar keken, ik vergeet het nooit weer. We wisten allebei feitelijk al genoeg. ‘Sinds wanneer?’, vroeg ik je.
‘Ik merkte op Oudejaarsavond voor het eerst dat mijn oog weg schoot en sindsdien gebeurt het vaker’.
‘Je weet wat we altijd zeggen… Als iets langer dan een week duurt, ga je naar de huisarts.’ En dat deed je.
🍃
Nog dezelfde week onderging je een MRI in het UMCU. Er volgde slecht nieuws, het restweefsel van het drie jaar eerder geopereerde hypofysegezwel was aan het groeien en drukte tegen de oogzenuw aan. De neurochirurg zei dat er een zware operatie aan te pas zou komen en hij je zou oproepen. De endocrinoloog gaf je pillen om de aanmaak van het hormoon prolactine te remmen in de hoop dat de resten van de hypofysetumor daarmee zouden krimpen. En wij wachtten…
🍃
Toen de sneeuwklokjes plaats hadden gemaakt voor krokussen, narcissen en blauwe druifjes, op de eerste mooie lentedag van 2016 werd je geopereerd. Wat het je opleverde was met name ernstige hersenschade. Opeens was je 100% afhankelijk van zorg. Halfzijdig verlamd en met een woordvindstoornis en vooral nog zoveel groeiend weefsel in je hoofd, een kans van 1 op 100.000 dat dat zo gebeurt. Je stierf een jaar later, bloembollen op je graf. Ze horen voor mij nu voor altijd bij jou. Ik rouw van jou!