Selecteer een pagina

Midden in de voortuin staat Peertje de perenboom. Het is maar een kleine jongen in vergelijking met de drie bomen die om hem heen staan en zelfs die behoren niet tot de reuzen. Maar voor Peertje maakt het niet uit dat hij de kleinste is. Tevreden staat hij op zijn plek, mooi in het zicht van de vele wandelaars en fietsers die er dagelijks langs trekken.

Peertje in bloei in de voortuin in het voorjaar van 2020.

De verhuizing van Peertje

Peertje heeft al veel meegemaakt. Zorgvuldig werd hij uitgekozen en in een achtertuin in Utrecht geplant. Daar werd hem een goed en vruchtbaar leven toegewenst. Maar toen kwam het moment dat het huis verkocht werd. Peertje stond vol in de vrucht, nog een maandje en de peren zouden rijp zijn voor de pluk. Maar de nieuwe bewoners hielden niet van Peertje. Ook niet van de andere planten om Peer heen trouwens. Groen en aarde vonden ze ‘vies’. Kun je erger voorstellen?

Er zat maar één ding op. Om Peertje en nog wat andere planten te redden, werden ze meegenomen naar Den Haag. En zo gebeurde het dat op het meest beroerde moment dat je een perenboom kunt verplaatsen, Peertje met een flink stuk kluit uit de Utrechtse grond werd gehaald om even later in Den Haag neergelaten te worden in – hopelijk – vruchtbare aarde. Peertje werd bruut en vroegtijdig van de peren gescheiden. Daar stond hij zielig in de tuin. Van schrik werden zijn blaadjes bruin. Het werd een zielig hoopje ellende. Zou Peertje de winter overleven? Dat werd de grote vraag!

Peertje en andere planten uit Utrecht na hun verhuizing in de nazomer van 2015.

De baas geveld

De weken en maanden verstreken. Doordeweeks zag Peertje in de ochtend de grote Baas passeren op weg naar zijn werk om eind van de middag met zijn stevige tred weer terug te keren. Op zijn beurt keek Baas zorgelijk naar Peer. Zou hij het halen? Toen kwam de dag dat de ambulance voor het huis kwam. Baas werd op een brancard erin gereden. Nooit zou hij meer langs Peer lopen met zijn forse gestalte en sterke stap. Baas bleef weken weg, die maanden werden en kwam terug in een rolstoel.

Peertje met bruin blad in het vroege najaar van 2015.

Toch gebeurde het wondertje waar Baas zo hoopte. Peer begon te bloeien. Tuinvrouwtje zag het vanachter het raam van de woonkamer. Ze keek niet voor haarzelf, maar voor de Baas. Ze wilde hem zo graag blij maken. Hem betrekken bij het leven thuis, terwijl hij verbleef op een vreemd adres op een kamer waar hij niet voor had gekozen en met mensen om hem heen waar hij niet van hield. Daarom filmde ze de bloesem van Peertje. ‘Kijk eens Baas! Een wondertje! Wat als dit een teken is van hoop? Wat als jij ook weer gaat leven? Wat als we weer samen verder kunnen?’ Was het mogelijk? Ze wist het niet. Ze was er niet gerust op. De Baas ook niet. En bovendien… Hoe moest het dan verder? Gewond, gebutst en gebeten, gesnoeid tot ver in de kern. Ziek. Een rotte plek, onbereikbaar. Niet alles wat groeit, is goed.

Peer overleefde die eerste winter in Den Haag. Veel vrucht gaf hij niet. Dat was ook niet te verwachten na zo’n grote operatie. Maar het jaar erop was er weer bloei. Tuinvrouwtje had er nauwelijks oog voor. Want de Baas stierf. Voor hem had de operatie niet het gewenste effect. Voor niets werd er in hem gewroet en gepeuterd, kreeg hij onkruidverdelgers toegediend. Maar niets was opgewassen tegen wat er in hem groeide. In een kist werd hij naar buiten gedragen om nooit meer terug te keren. Peertje zag het en weende diep van binnen. Dit kon toch niet waar zijn?

Rauwe werkelijkheid

Tuinvrouwtje bleef alleen over. Peertje zag het. Hij voelde haar eenzaamheid, haar grote verdriet. Hij zag haar angst en wanhoop. Hij zag haar moedige pogingen iets van het leven te maken. In tranen rende ze hem soms voorbij. Peertje interesseerde haar niet meer zo. Ze hoopte alleen maar één ding… Dat zij – net als Peertje ontworteld en van al haar vruchten ontdaan – eens weer zou gaan leven, zou bloeien en vrucht dragen. Maar geduld was niet haar sterkste kant.

Nieuw leven

Na verloop van tijd kwam er steeds vaker een nieuw heerschap langs. Op een avond pakte hij de sproeier en gaf Peertje te drinken. Dat deed hij steeds vaker. Hij vond het wat leuk om Peertje en zijn vrienden te vertroetelen. En zo werd hij vrienden met Peer. Tuinvrouwtje deed haar best, maar voelde zich nog lange tijd ontworteld en beroofd van zoveel kostbaarheden. Vaak onrustig – alsof ze voortdurend iets zocht dat ze kwijt was geraakt – liep ze langs Peertje. Maar toen er opnieuw een voorjaar aanbrak, zag Peertje dat ze vaker vrolijk was en hem meer aandacht schonk. Dat haar lach weer van binnen kwam. Dat ze steeds vaker lekker stil kon zitten en genieten van het zonnetje. Peertje was er blij mee.

Zacht fluisterde hij naar boven: ‘Ze gaat het redden hoor!’ En Baas glimlachte terug: ‘Daar had ik alle vertrouwen in! Ik heb het haar gezegd. Alleen luistert ze nooit’. En samen keken ze liefdevol glimlachend naar Tuinvrouwtje, die zich zoals vaak weer veel te druk maakte.