Selecteer een pagina

 ‘Jij bent het 1.000 keer waard om voor te gaan!’

Zegt ze dat echt? Ik hoor de woorden, maar meer nog voel ik dat ze waar zijn. Gemeend, zoals ze een paar dagen later nogmaals onderstreept, als ik haar zeg dat ik geroerd bent dat ze zo voor mij gaat. Ik kan het bijna niet geloven.

Ons eerste gesprek voelde voor mij als chaos. Alsof we allebei een andere taal spraken.

Wat wilde zij horen?
Wat moest ik zeggen?
Wat te verwachten?

Het voelde alsof ik op een ijsberg zat.

Ik wilde iets vertellen. Iets uitleggen. Iets vertellen van wat er in mij aan het veranderen was. Maar het lukte mij niet. Waar begin je als er onder de oppervlakte zoveel broeit?

Is het een ijsberg of is het een vulkaan?

Rookwolken stijgen op uit een berg – Stoom komt uit mijn oren.

Een kolkende massa binnenin. Lava, brandend gesteente, vuur! Het botst en schuurt en is loeiheet. Soms spat het eruit – Herinneringen, gebrand in het binnenste van mijn ziel. Ze slaan me terneer, maken me soms laaiend van woede. Pas maar op dat ik je niet verwond! En als ik jou niet pak, dan weet ik mijzelf wel te vinden. Pijn lijkt soms het enige antwoord op pijn.

Altijd is er beweging van binnen. Onzichtbaar kolkt het, jarenlang broeit het binnenin de berg – Onrust is mijn metgezel. 

Wat doet een vulkaan uitbarsten? Wanneer is een kookpunt bereikt? Hoe vol kun je zitten? Een onschuldige opmerking, een geur, een gebaar, een gebeurtenis, een ruimte… Het kan zomaar ontploffen en als dat gebeurt, is er geen houden aan.

Ze zeggen dat de grond van een vulkaan die om zich heen heeft gespuwd uiterst vruchtbaar is. Maar hoe lang hou je het uit aan de voet van een vulkaan? Wanneer weet je dat je veilig bent? Echt veilig!

De schulp

Alles wat zij zei, vervormde in mij tot lelijkheid. Ik klapte dicht. Ik trok de muren op en kroop weg. In mijn schulp van minderwaardigheid, hulpeloosheid en onbereikbaarheid – daar waar het ooit eens veilig leek. Op zoek naar houvast, naar grip, een plek waar ik kon schuilen toen de draken van vuur het op mij gemunt hadden. Maar het is een gevangenis geworden. Een onneembare vesting voor mij, maar ook voor de mensen om mij heen. In mijn diepste verlangen naar geborgenheid, heb ik geleerd mij te verstoppen. Mijn schreeuw om gehoord te worden, maakt me tegelijkertijd onbereikbaar. Hoe meer ik het probeer er uit te breken, hoe meer het me in zijn greep houdt. Ik word er moe van. Moedeloos.

Was ze boos op mij?
Krijg ik nu op mijn kop?
Heb ik alles verkeerd gedaan?

In de auto terug ontplofte ik bijna. Beelden kwamen naar boven. Een oude woede sloeg mij om het hart. Dit wilde ik niet! Ze zeggen toch dat je een ‘klik’ moet hebben met je hulpverlener?! Nee, maar dit sloeg alles. Ik wilde niet meer terug!

Ik vroeg om raad. Natuurlijk zijn er altijd mensen die bereid zijn te zeggen wat ik wilde horen: ‘Nou zeg, hoe durft ze?! Daar zou ik niet meer heen gaan’. Maar ik wist aan wie ik het vragen moest en diegene gaf het enige juiste antwoord: ‘Je gaat er gewoon weer heen. Geef het een kans Dit heb je nodig!’ Ik wist dat hij gelijk had. Diep van binnen zei mijn intuïtie hetzelfde:

 

‘Ga! Zachte heelmeesters maken stinkende wonden! Ga!’

Maar ik wilde niet.
Ik kon niet.
Nog niet!

Eerst… eerst moest er afscheid genomen worden. Ik wist dat. Ik maakte er klaar voor. Er stond weer een overlijden voor de deur.

 

 In mijn overvolle hoofd en met een lijf dat stijf staat van de emotie, met de paniekknop bij het minste of geringste ongemak op scherp, klaar om af te vuren, in actie te komen, om oplossingen te zoeken voor onmogelijke problemen – dat wat al lang niet meer nodig is, maar niet te stoppen lijkt, werkt het nogal ingewikkeld. Meestal kan ik niet zo makkelijk beslissingen nemen of doe ik dingen veel te impulsief. Het is een puinzooi in mijn hoofd. Waar komt wat vandaan? Waar ben ik mee bezig? Ik puzzel en pieker en denk maar door. Dat ik eigenlijk al lang besloten heb dat ik doorga met deze persoon, heb ik niet eens door. Ondertussen zoek ik weer van alles op en zoek ik weer iemand op die met een ‘trucje’ je van al je problemen af kan helpen. Hoe lang ga ik hier nog mee door?

 

CHAOS!

‘We gaan je helpen de chaos uit je te krijgen’, zegt de arts. De zin alleen al klinkt als verlichting. 

Graag!!!
Alsjeblieft!!!
Wanneer???

Maar het is geen operatie die je in kunt plannen. Als je brein oververhit is, helpt het niet je schedel open te maken. Je kunt het er ook niet uit peuteren via de neus, zoals neurochirurgen ooit het hypofysegezwel eens uit Mart peuterden. En zelfs dat bleek niet genoeg. Maar toen ze de schedel openlegden, betekende het forse hersenschade.

Bij hem. Maar ook bij mij!

De schade kun je niet aantonen met een scan. Geen chirurg die zich eraan waagt. Maar hier zitten twee vrouwen en ze gaan naast me staan. Denken mee. Ik ben gewond. Levenslang getekend. En soms schreeuw ik het uit van machteloosheid. Sla ik om mij heen en krijgen zij die het meest van mij houden het ervan langs.

Het vraagt om heldenmoed, een hart van goud en engelengeduld om het daarbij uit te houden. Het vraagt om wijsheid, inzicht en mensenkennis om daar doorheen te prikken en de persoon erachter te zien. Een mens in al zijn volheid. De lijdende mens.

Als in die ellende van vicieuze cirkels iemand met verstand van zaken – die mij slechts kent vanuit een dossier – door de muur van mijn schulp heen prikt en zegt: ‘Ik lees over de grapjes die je maakte tijdens de opname. Over de talenten die jij hebt. Ik weet dat jij je niet gezien en gehoord voelt. Al heel lang niet. Ik weet dat je vertrouwen is geschaad, maar ik wil je echt heel graag leren kennen. Ik wil je heel graag helpen. Het is niet zomaar opgelost, er is veel om op te ruimen. Dat gaan we doen, maar als je mij vertrouwt dan geef ik je tips waarbij je stoom af kunt blazen, maar je ook de deksel weer op de pan kunt doen. Ik wil je heel graag leren kennen, durf je mij te vertrouwen?’

Wat heb ik te verliezen? De vruchtbare grond lonkt. Ik wil leren dansen aan de voet van de vulkaan. Ik wil blij kunnen zijn zonder vrees. Weer durven spelen en zingen, onderzoeken en ontdekken, bouwen en vertrouwen. Ik wil me weer veilig voelen. Verbonden met de mensen om mij heen. Niet bang voor wat binnenin mij leeft. Durven voelen zonder weggevaagd te worden door een niet te stoppen stroom.

Ze zeggen dat de grond van een vulkaan die om zich heen heeft gespuwd uiterst vruchtbaar is. Het heeft alleen wel tijd nodig om af te koelen!